Welkom bij de regels voor de 'autoweg', oftewel expresweg! In tegenstelling tot autosnelwegen, kunnen deze wegen gelijkvloerse kruispunten hebben en missen ze vaak een vluchtstrook. Deze les helpt je om verschillende soorten autowegen te identificeren op basis van wegmarkeringen en de specifieke snelheids- en inhaalregels te begrijpen die van toepassing zijn. Het beheersen hiervan is essentieel voor veilig rijden en het behalen van je theorie-examen.

Het Nederlandse wegennet staat bekend om zijn efficiëntie en diverse wegtypen, elk met zijn eigen set regels. Onder deze vallen de "autowegen", vaak vertaald als expressways. Deze hoge-snelheidswegen spelen een cruciale rol bij het verbinden van grote steden en het ontlasten van verkeersdruk op autosnelwegen. Autowegen hebben echter unieke kenmerken die hen aanzienlijk onderscheiden van autosnelwegen, wat specifieke kennis en rijgedrag vereist.
Het begrijpen van de specifieke kenmerken van autowegen, inclusief hun signalisatie, snelheidslimieten, inhaalregels en kruispuntprotocollen, is essentieel voor veilig en legaal rijden in Nederland. Deze les gaat dieper in op deze specifieke punten, zodat u met vertrouwen op deze belangrijke wegen kunt navigeren.
Een autoweg is een specifiek type weg met gecontroleerde toegang in Nederland, ontworpen voor efficiënte, snelle verkeersstromen. In tegenstelling tot autosnelwegen kunnen autowegen kruispunten op hetzelfde niveau hebben als de hoofdrijbaan, inclusief gelijkvloerse kruispunten en verkeerslichten. Ze hebben doorgaans ook geen vluchtstrook, een belangrijk onderscheid dat invloed heeft op procedures voor noodstops.
De aanwezigheid van een autoweg wordt officieel aangegeven door een onderscheidend verkeersbord, waardoor herkenning voor bestuurders eenvoudig is.
Dit G3-bord geeft aan dat de specifieke regels voor autowegen nu van toepassing zijn. Bestuurders moeten onmiddellijk hun verwachtingen aanpassen met betrekking tot snelheidslimieten, inhaalmogelijkheden en mogelijke interacties met tegemoetkomend verkeer op gelijkvloerse kruispunten. Het herkennen van dit bord is de eerste stap naar veilig navigeren op deze expressways.
Snelheidsbeheer op autowegen is een cruciaal aspect van veilig rijden, met limieten bepaald door zowel traditionele snelheidsbordjes als specifieke wegmarkeringen. Hoewel vaste snelheidsbordjes worden gebruikt, moeten bestuurders ook bedreven zijn in het interpreteren van lijnbasaalde snelheidslimieten, die continue visuele aanwijzingen geven.
Standaard ronde snelheidsbordjes, die op alle wegtypen te zien zijn, worden ook op autowegen gebruikt om de maximaal toegestane snelheid aan te geven. Deze bordjes hebben voorrang op algemene of lijnbasaalde limieten wanneer ze aanwezig zijn. U kunt bijvoorbeeld een bord tegenkomen dat 80 km/u aangeeft in een gedeelte waar wegcondities of specifieke gevaren een lagere snelheid vereisen.
Een uniek kenmerk van autowegen is het gebruik van centrale wegmarkeringen om snelheidslimieten en inhaalverboden aan te geven. Bestuurders moeten bekend zijn met het interpreteren van deze lijnen, aangezien deze wettelijke indicatoren zijn, en niet slechts decoratieve elementen.
Inhalen op autowegen is strikt gereguleerd, voornamelijk door het type en de kleur van de rijstrookmarkeringen. Gezien de afwezigheid van een vluchtstrook en de mogelijkheid van gelijkvloerse kruispunten, is nauwkeurige naleving van deze regels cruciaal om botsingen te voorkomen.
Inhalen is alleen toegestaan waar de wegmarkeringen dit expliciet toestaan. Als een rijstrook wordt aangegeven door onderbroken witte lijnen (of, zoals het blauwdruk aangeeft, "gele rijstrooklijnen" in bepaalde contexten), betekent dit dat inhaal mogelijk is, mits dit veilig kan gebeuren en zonder de snelheidslimiet te overschrijden.
Wanneer u een inhaalmanoeuvre overweegt, zorg er dan altijd voor dat:
Zoals besproken, dubbele witte lijnen verbieden inhaal ondubbelzinnig. Bestuurders moeten in hun aangewezen rijstrook blijven totdat de markeringen veranderen. Evenzo, als er een doorlopende gele lijn op de centraallas aanwezig is, is inhaal doorgaans verboden. Deze beperkingen zijn ingesteld om gevaarlijke zij-aan-zij bewegingen te voorkomen en het risico op frontale botsingen te verminderen, vooral waar de ruimte beperkt is of het zicht belemmerd wordt.
Bij het trekken van een aanhangwagen gelden specifieke overwegingen. Hoewel een voertuig dat een lichte aanhangwagen trekt, waarvan de totale lengte binnen de grenzen van één rijstrook valt, mag nog steeds een inhaalstrook gebruiken waar toegestaan, moeten bestuurders extra voorzichtig zijn. De toegenomen lengte en verminderde manoeuvreerbaarheid van een voertuig met aanhangwagen vereisen een grotere waakzaamheid en langere vrije afstanden voor veilig inhalen. Over het algemeen, als de aanhangwagen de voetafdruk of stabiliteit van het voertuig aanzienlijk beïnvloedt, is het veiliger om in de aangewezen rijstrook te blijven.
Een bepalend kenmerk van autowegen dat hen onderscheidt van autosnelwegen, is de aanwezigheid van gelijkvloerse kruispunten. Dit kunnen kruispunten en knooppunten zijn die worden geregeld door verkeerslichten of borden. Het navigeren door deze punten vereist een grondig begrip van de Nederlandse voorrangsregels.
Op gelijkvloerse kruispunten op een autoweg die niet worden geregeld door verkeerslichten of expliciete voorrangsborden (zoals voorrangsborden of stopborden), geldt de algemene rechts-voor-rang-regel (rechts bij elkaar). Deze regel bepaalt dat elk voertuig dat van rechts nadert voorrang heeft, en voertuigen van links moeten voorrang verlenen. Het niet naleven van deze fundamentele regel is een veelvoorkomende oorzaak van ongevallen op dergelijke kruispunten.
Wanneer een autowegkruispunt is uitgerust met verkeerslichten of specifieke voorrangsborden (bijv. een B6 Stopbord of een C1 Voorrang verlenen-bord), hebben deze signalen voorrang op de rechts-voor-rang-regel. Bestuurders moeten de instructies van deze signalen gehoorzamen, stoppen bij rode lichten of stopborden, en voorrang verlenen aan verkeer zoals aangegeven door voorrangsborden.
Autowegen hebben doorgaans geen vluchtstrook (hard shoulder), wat een doorlopende noodrijstrook is die op autosnelwegen te vinden is. Deze afwezigheid heeft aanzienlijke invloed op hoe bestuurders om moeten gaan met noodsituaties of korte stops.
Omdat er geen speciale vluchtstrook is, is stoppen op de buitenste rijstrook van een autoweg om niet-noodzakelijke redenen strikt verboden. Als er zich een noodsituatie voordoet – zoals een plotselinge mechanische storing, een lekke band of een medisch noodgeval – moeten bestuurders de autoweg proberen te verlaten op de dichtstbijzijnde veilige gelegenheid of stoppen bij een duidelijk aangewezen noodstopzone, indien beschikbaar. Als een onmiddellijke stop op de autoweg onvermijdelijk is, moeten bestuurders hun gevarenlichten inschakelen, een reflecterend vest dragen en naar een veilige locatie buiten de verkeersstroom gaan, bij voorkeur achter eventuele veiligheidsbarrières.
Onjuist stoppen op een autoweg vormt een aanzienlijk gevaar voor andere weggebruikers. Het kan de verkeersdoorstroming verstoren, leiden tot kop-staartbotsingen en de toegang van hulpdiensten belemmeren. Overtredingen kunnen leiden tot aanzienlijke boetes en mogelijke punten op het rijbewijs.
Hoewel autowegen voornamelijk zijn ontworpen voor snelwegverkeer, biedt hun capaciteit voor gelijkvloerse kruispunten de mogelijkheid tot interactie met kwetsbare verkeersdeelnemers, met name fietsers en voetgangers, nabij knooppunten. Deze interacties vinden doorgaans plaats waar lokale wegen of aangewezen fietspaden de autoweg kruisen.
Bestuurders moeten verhoogde voorzichtigheid betrachten bij het naderen van elk kruispunt op een autoweg, vooral in stedelijke of semi-stedelijke gebieden. Wees voorbereid om te vertragen en voorrang te verlenen aan voetgangers of fietsers die gebruikmaken van een speciale oversteekplaats of het kruispunt naderen vanaf een zijweg, conform de toepasselijke voorrangsregels of verkeerssignalen. Bewustzijn van de omgeving en het anticiperen op onverwachte toetredingen vanaf zijrijstroken is cruciaal om ongevallen met deze kwetsbare groepen te voorkomen.
Rijomstandigheden op autowegen kunnen aanzienlijk variëren, en bestuurders moeten hun gedrag dienovereenkomstig aanpassen. Weer, licht en wegwerkzaamheden vereisen allemaal specifieke aanpassingen om de veiligheid te handhaven.
Bouwzones komen veel voor op autowegen en brengen vaak tijdelijke wijzigingen in de verkeersregels met zich mee. Snelheidslimieten worden vaak verlaagd, aangegeven door specifieke tijdelijke snelheidsbordjes of rode pijlen op rijstrookmarkeringen. Rijstroken kunnen worden versmald of verlegd, en inhaal kan worden beperkt. Gehoorzaam altijd alle tijdelijke signalen en volg de instructies op van eventuele verkeersregelaars in bouwzones.
Zoals eerder vermeld, moeten bestuurders extra voorzichtig zijn bij het trekken van een aanhangwagen. De gecombineerde lengte en het gewicht beïnvloeden de acceleratie, remmen en manoeuvreerbaarheid. Hoewel een inhaalstrook kan worden gebruikt als de gecombineerde lengte binnen veilige grenzen voor de rijstrook valt, is het vaak veiliger om in de rechter beschikbare rijstrook te blijven, vooral als de aanhangwagen zwaar of aanzienlijk lang is.
Het niet naleven van de autowegregels kan leiden tot ernstige incidenten en juridische sancties. Het begrijpen van veelvoorkomende overtredingen helpt bestuurders deze te vermijden.
| Fout | Waarom het Fout is | Correct Gedrag | Gevolg |
|---|---|---|---|
| Inhalen op een dubbele witte lijn. | Overtreedt inhaalverbod, wat het risico op frontale of zijdelingse botsingen aanzienlijk vergroot. | Blijf in uw rijstrook tot een veilige inhaalmogelijkheid met de juiste markeringen. | Verkeersboete; veiligheidsrisico. |
| Rijden boven de snelheidslimiet aangegeven door een gele lijn. | Niet-naleving van wettelijke snelheidslimieten, leidend tot verminderde stopafstanden en verhoogde ongevalsintensiteit. | Houd u aan de limiet van 100 km/u (of gespecificeerde limiet) totdat de markeringen veranderen. | Boete, mogelijke punten op rijbewijs. |
| Stoppen op de buitenste rijstrook om niet-noodzakelijke redenen. | Blokkeert de verkeersdoorstroming, creëert een gevaar en belemmert de toegang van potentiële hulpverleningsvoertuigen. | Verlaat de autoweg of gebruik een aangewezen noodstopstrook. | Boete, verkeersgevaar. |
| Negeren van een stopbord of rood licht op een gelijkvloers kruispunt. | Schendt fundamentele voorrangsregels, leidt bijna zeker tot een botsing met dwarsverkeer. | Stop volledig voor de stoplijn of het kruispunt wanneer aangegeven. | Boete, mogelijk letsel, punten op rijbewijs. |
| Verkeerd toepassen van de rechts-voor-rang-regel op een ongeregelde kruispunt. | Verzuim om voorrang te verlenen waar vereist, veroorzaakt verwarring en een hoog risico op botsing. | Verleen voorrang aan verkeer dat van rechts nadert op ongeregelde kruispunten. | Boete, risico op ongeval. |
Maak uzelf vertrouwd met deze belangrijke termen om de Nederlandse autowegregels beter te begrijpen.
Effectief navigeren op Nederlandse autowegen vereist meer dan alleen weten hoe je snel moet rijden. Het vereist een specifieke kennis van hun unieke kenmerken: het G3-bord, de interpretatie van lijnbasaalde snelheidslimieten, de strikte regels voor inhaleren, en de toepassing van voorrangsregels op gelijkvloerse kruispunten. De afwezigheid van een vluchtstrook vereist ook een gedisciplineerde aanpak van noodsituaties.
Door deze principes te internaliseren en uw rijgedrag aan te passen aan wisselende omstandigheden, zorgt u niet alleen voor uw eigen veiligheid, maar ook voor de veiligheid van andere weggebruikers op deze vitale hogesnelheidsverbindingen in Nederland. Blijf altijd waakzaam, observeer wegmarkeringen en houd u aan verkeerssignalen om een hoge standaard van rijvaardigheid te handhaven.
Overzicht van de lesinhoud
Bekijk alle onderdelen en lessen in deze rijtheoriecursus.
Ontdek zoekonderwerpen waar leerlingen vaak naar zoeken wanneer ze Autoweg (Expresweg) Regels bestuderen. Deze onderwerpen weerspiegelen veelvoorkomende vragen over verkeersregels, verkeerssituaties, veiligheidsrichtlijnen en theoriebereiding op lesniveau voor leerlingen in Nederland.
Bekijk aanvullende rijtheorielessen over verwante verkeersregels, verkeersborden en veelvoorkomende verkeerssituaties. Krijg beter inzicht in hoe verschillende regels samenkomen in alledaagse verkeerssituaties.
Begrijp de nuances van het rijden op Nederlandse autowegen die verder gaan dan de basisregels. Deze les behandelt unieke uitdagingen zoals gelijkwaardige kruispunten zonder verkeerslichten, interacties met kwetsbare weggebruikers nabij knooppunten, en hoe weersomstandigheden snelheid en zichtbaarheid op autowegen beïnvloeden.

Deze les behandelt speciale situaties waarin standaard voorrangsregels worden opgeheven. U leert over de absolute voorrang van hulpverleningsvoertuigen met sirenes en zwaailichten, en de juiste procedure om deze veilig doorgang te verlenen. De inhoud legt ook de specifieke voorrangsregels voor trams uit, die vaak voorrang hebben op ander verkeer, evenals voor militaire colonnes en officiële begrafenisstoeten. Bovendien versterkt de les de regels voor het verlenen van voorrang aan voetgangers op zebrapaden.

Deze les beschrijft de specifieke voorschriften voor het rijden op Nederlandse autosnelwegen, herkenbaar aan het G1-bord. Je leert de juiste procedure voor het invoegen in het verkeer via de acceleratiestrook en het verlaten van de snelweg via de uitrijstrook. De cursus herhaalt de 'houd rechts, tenzij inhalen'-regel voor baan discipline. Ook wordt uitgelegd dat stoppen strikt verboden is en dat de vluchtstrook alleen gebruikt mag worden bij daadwerkelijke noodgevallen.

Deze les legt de voorrangsregels op kruispunten uit. Je leert een 'gelijkwaardig' kruispunt te herkennen waar de standaardregel geldt dat je voorrang moet verlenen aan verkeer van rechts. Ook wordt uitgelegd hoe voorrang wordt geregeld door verkeersborden (zoals het B6-stopbord en het B7-voorrangsbord) en wegmarkeringen ('haaientanden'). Het begrijpen van deze hiërarchieën is cruciaal voor het maken van veilige en correcte beslissingen bij het oversteken of afslaan op elk kruispunt.

Deze les behandelt de specifieke artikelen van de Nederlandse Wegenverkeerswet die van toepassing zijn op snelwegen, met een primaire focus op de strikte regel om op de meest rechtse beschikbare rijstrook te blijven, tenzij je aan het inhalen bent. Het legt de juridische en veiligheidsredenen uit voor alleen links inhalen en bespreekt de juiste positionering binnen een rijstrook voor maximale zichtbaarheid en veiligheid. De inhoud behandelt ook de nuances van rijstrookgebruik tijdens hevige drukte, zodat motorrijders voldoen aan de wet en bijdragen aan een soepele verkeersdoorstroming.

Deze les stelt de fundamentele regel van voorrang in de Nederlandse verkeerswetgeving vast: voorrang verlenen aan verkeer van rechts op kruispunten van gelijke wegen, tenzij anders aangegeven. Het legt uit hoe een niet-gemarkeerd of 'gelijkwaardig' kruispunt te herkennen en de juiste procedure voor het naderen, beoordelen en veilig doorkruisen. De inhoud introduceert ook de belangrijkste borden en markeringen, zoals 'haaientanden', die deze standaardregel overrulen en de basis vormen voor alle andere voorrangssituaties.

Deze les richt zich op de specifieke snelheidsregels voor belangrijke snelwegen in Nederland. Je leert een 'autosnelweg' (verkeersbord G1) te herkennen, waar de snelheidslimiet tussen 06:00 en 19:00 uur 100 km/u is en op andere tijden vaak 130 km/u, tenzij anders aangegeven. De les behandelt ook de 'autoweg' (verkeersbord G3), die doorgaans een snelheidslimiet van 100 km/u heeft. Bovendien bestudeer je dynamische snelheidslimieten aangegeven op elektronische borden, die kunnen veranderen door verkeer of weersomstandigheden.

Deze les introduceert de fundamentele beginselen van voorrang verlenen in Nederland, beginnend met de verkeershiërarchie en de standaardregel om voorrang te verlenen aan verkeer van rechts op gelijkwaardige kruispunten. Je leert een voorrangsweg te herkennen, gemarkeerd met bord 30, en begrijpt hoe deze aanduiding de standaardregel opheft. De inhoud legt het wettelijk kader vast voor het nemen van voorrangsbeslissingen bij afwezigheid van specifieke borden of verkeerslichten.

Deze les beschrijft de wettelijke verplichting en veilige procedures voor het verlenen van voorrang aan hulpverleningsvoertuigen ('noodvoertuigen' of 'voorrangsvoertuigen') die geluidssignalen en optische waarschuwingssignalen gebruiken. Het biedt duidelijke richtlijnen over hoe je veilig ruimte creëert, door aan de kant te gaan, snelheid aan te passen of een kruispunt vrij te maken, zonder een secundair gevaar te veroorzaken. De inhoud benadrukt het bewaren van kalmte en het maken van voorspelbare manoeuvres om hulpdiensten snel en veilig te laten passeren.

Deze les duikt in de hiërarchie van voorrangsregels op de Nederlandse wegen en verduidelijkt wie voorrang heeft in verschillende kruispuntsituaties. Het legt de betekenis uit van borden zoals 'voorrangsweg' en wegmarkeringen zoals haaientanden. Speciale aandacht wordt besteed aan de juiste procedure voor het oprijden, nemen en verlaten van rotondes op de motor, inclusief correct richting aangeven en rijstrookkeuze om een veilige en efficiënte passage te garanderen.

Deze les legt de fundamentele 'voorrang van rechts'-regel uit, die geldt op kruispunten van gelijkwaardige wegen waar geen andere borden of wegmarkeringen voorrang aangeven. Je leert dergelijke kruispunten te herkennen en begrijpt je plicht om voorrang te verlenen aan verkeer dat van rechts nadert. De les verduidelijkt ook belangrijke uitzonderingen, zoals bij het verlaten van een oprit, het oprijden van een verharde weg vanaf een onverharde weg, of bij het tegenkomen van een tram. Het beheersen van deze regel is cruciaal voor het navigeren in woonwijken en stadsstraten waar bebording vaak minimaal is.
Verduidelijk de belangrijkste verschillen tussen Nederlandse autowegen en autosnelwegen. Leer over de verschillen in weginrichting, bebording zoals het G3-bord, snelheidslimieten, inhaalregels en de aanwezigheid of afwezigheid van vluchtstroken en gelijkvloerse kruispunten.

Deze les richt zich op de specifieke snelheidsregels voor belangrijke snelwegen in Nederland. Je leert een 'autosnelweg' (verkeersbord G1) te herkennen, waar de snelheidslimiet tussen 06:00 en 19:00 uur 100 km/u is en op andere tijden vaak 130 km/u, tenzij anders aangegeven. De les behandelt ook de 'autoweg' (verkeersbord G3), die doorgaans een snelheidslimiet van 100 km/u heeft. Bovendien bestudeer je dynamische snelheidslimieten aangegeven op elektronische borden, die kunnen veranderen door verkeer of weersomstandigheden.

Deze les beschrijft de specifieke voorschriften voor het rijden op Nederlandse autosnelwegen, herkenbaar aan het G1-bord. Je leert de juiste procedure voor het invoegen in het verkeer via de acceleratiestrook en het verlaten van de snelweg via de uitrijstrook. De cursus herhaalt de 'houd rechts, tenzij inhalen'-regel voor baan discipline. Ook wordt uitgelegd dat stoppen strikt verboden is en dat de vluchtstrook alleen gebruikt mag worden bij daadwerkelijke noodgevallen.

Deze les behandelt de specifieke artikelen van de Nederlandse Wegenverkeerswet die van toepassing zijn op snelwegen, met een primaire focus op de strikte regel om op de meest rechtse beschikbare rijstrook te blijven, tenzij je aan het inhalen bent. Het legt de juridische en veiligheidsredenen uit voor alleen links inhalen en bespreekt de juiste positionering binnen een rijstrook voor maximale zichtbaarheid en veiligheid. De inhoud behandelt ook de nuances van rijstrookgebruik tijdens hevige drukte, zodat motorrijders voldoen aan de wet en bijdragen aan een soepele verkeersdoorstroming.

Deze les beschrijft de cruciale manoeuvres van het oprijden en verlaten van een snelweg. U leert de volledige lengte van de invoegstrook te gebruiken om te accelereren tot de snelheid van het snelwegverkeer voordat u kijkt naar een veilig gat om in te voegen. De inhoud behandelt ook het proces van het verlaten, inclusief vroegtijdig richting aangeven, naar de uitrijstrook gaan en uw snelheid aanpassen voor de bocht van de afrit.

Deze les versterkt de fundamentele regel van het Nederlandse snelwegrijden: gebruik de meest rechtse beschikbare rijstrook en gebruik de rijstroken naar links alleen om in te halen. Je leert de volledige, veilige inhaalprocedure: spiegels controleren, richting aangeven, een schoudercheck uitvoeren voor de dode hoek, soepel naar links bewegen, langs het voertuig accelereren, en dan terugkeren naar de rechterrijstrook wanneer het veilig is.

Veilig invoegen en van rijstrook wisselen vereist een systematische aanpak, bekend als 'spiegel-richting-dode hoek'. Deze les legt de correcte procedure uit voor het invoegen op een autosnelweg vanaf een invoegstrook, zodat je de snelheid van het verkeer aanpast en een veilige ruimte vindt. Het behandelt ook de techniek voor het wisselen van rijstrook, waarbij het cruciale belang van het controleren van je dode hoek met een hoofdbeweging (schoudercheck) vóór elke zijwaartse beweging wordt benadrukt om botsingen te voorkomen.

Deze les richt zich op de unieke eisen van rijden met aanhoudend hoge snelheden op snelwegen ('snelwegen'). Het behandelt essentiële onderwerpen zoals strikte rijstrookdiscipline, veilige inhaalprocedures en het aanhouden van een grotere volgafstand om de langere reactie- en remtijden te compenseren. De inhoud behandelt ook de fysieke en mentale uitdagingen, waaronder het omgaan met windstoten, verhoogde geluidsniveaus en het handhaven van verhoogde situationele bewustzijn over lange afstanden om vermoeidheid tegen te gaan.

Deze les richt zich op de specifieke vaardigheden die nodig zijn voor snelheidsmanagement op snelwegen met hoge snelheden (autosnelwegen). U leert de juiste techniek voor accelereren op de invoegstrook om soepel met de verkeersstroom mee te gaan. De inhoud behandelt hoe u een geschikte kruissnelheid kiest, een veilige volgafstand aanhoudt en de aerodynamische effecten van wind en turbulentie van grotere voertuigen bij hoge snelheden beheerst.

Deze les legt uit hoe u moet reageren op variabele snelheidslimieten die op elektronische matrixborden boven de weg worden weergegeven, welke worden gebruikt om de verkeersstroom in realtime te beheren. U leert waarom deze limieten worden aangepast aan factoren zoals drukte, ongevallen of slecht weer, en de wettelijke verplichting om deze na te leven. De inhoud richt zich op het belang van anticiperend rijden, ver vooruit kijken naar deze borden om een soepele en veilige snelheidsaanpassing mogelijk te maken.
Vind duidelijke antwoorden op vragen die leerlingen vaak hebben over Autoweg (Expresweg) Regels. Lees hoe de les is opgebouwd, welke theoriedoelen worden behandeld en hoe de les past binnen de algemene leerroute van onderdelen en de voortgang binnen de leerlijn in Nederland. Deze uitleg helpt je kernconcepten te begrijpen, de lessenstructuur te volgen en je examengerichte leerdoelen te behalen.
De belangrijkste verschillen zijn dat 'autowegen' gelijkvloerse kruispunten (met verkeerslichten of afslagen) kunnen hebben, terwijl 'autosnelwegen' alleen ongelijkvloerse kruispunten hebben. Bovendien hebben 'autowegen' doorgaans geen vluchtstrook, terwijl 'autosnelwegen' dat wel hebben.
De snelheidslimiet op een 'autoweg' wordt meestal aangegeven door borden. Tenzij anders aangegeven, geldt de algemene limiet buiten de bebouwde kom, wat overdag 100 km/u en 's nachts 130 km/u is, maar dit kan variëren. Let altijd op specifieke snelheidslimietborden en centrale wegmarkeringen die een lagere limiet of uitzonderingen kunnen aangeven.
Inhalen is over het algemeen toegestaan op een 'autoweg', tenzij dit wordt verboden door borden of wegmarkeringen. De aanwezigheid van een doorgetrokken witte lijn in het midden van de weg (of twee doorgetrokken witte lijnen) betekent dat inhalen verboden is. Als er een onderbroken witte lijn is, is inhalen toegestaan, mits dit veilig kan.
Als je verkeerslichten tegenkomt op een 'autoweg', moet je deze gehoorzamen zoals je op elke andere weg zou doen. Behandel ze als een prioriteitssignaal, stop bij rood en ga voorzichtig door bij groen, waarbij je er altijd voor zorgt dat het kruispunt vrij is. Dit is een belangrijk verschil met 'autosnelwegen', waar dergelijke kruispunten afwezig zijn.
Ja, je bent verplicht om je dimlicht te allen tijde te gebruiken wanneer je op een 'autoweg' rijdt, ongeacht het tijdstip of de weersomstandigheden. Dit zorgt ervoor dat je duidelijk kunt zien en gezien wordt door ander verkeer op dit type snelle weg.