Deze les richt zich op de cruciale vaardigheid van motor slippen controle en herstel, essentieel voor Categorie A-rijders. Je leert de theorie achter het beheersen van zowel voor- als achterwiel slippen, begrijpt de oorzaken ervan en de precieze, vaak contra-intuïtieve, acties die nodig zijn om de controle terug te krijgen. Het beheersen van deze technieken bereidt je niet alleen voor op uitdagende CBR-theorievragen, maar rust je ook uit voor veiliger rijden in onverwachte noodsituaties.

Veilig motorrijden vereist niet alleen vaardigheid, maar ook een diepgaand begrip van voertuigdynamiek, vooral bij onverwacht verlies van tractie. Deze les behandelt het cruciale onderwerp van skidcontrole en hersteltechnieken, essentiële kennis voor elke rijder die het Nederlandse Motor Theorie-curriculum wil beheersen. Effectief omgaan met een slip, of deze nu afkomstig is van het voor- of achterwiel, kan ernstige ongevallen voorkomen en ervoor zorgen dat u de controle behoudt zoals wettelijk vereist door de Nederlandse verkeerswetgeving.
Een motorfiets-slip treedt op wanneer de banden hun grip op het wegdek verliezen, wat leidt tot een ongecontroleerde uitglijding. Dit tractieverlies kan plotseling en desoriënterend zijn, maar met de juiste theoretische kennis en praktische aanpak kan een rijder zijn kansen op herstel aanzienlijk vergroten. Het vermogen om slips te beheersen is een hoeksteen van veilig rijden, met name op krachtige motorfietsen waar de grenzen van tractie sneller kunnen worden bereikt.
Aan de basis van elke slip ligt het concept van de tractielimiet. Dit is de maximale longitudinale (voor/achter) of laterale (zijwaartse) kracht die een band kan overbrengen op de weg voordat deze begint te slippen. Deze limiet wordt bepaald door twee hoofdfactoren: de wrijvingscoëfficiënt (μ) tussen de band en het wegdek, en de normaaldruk (het gewicht dat op die band drukt).
De wrijvingscoëfficiënt (μ) is niet constant; deze verandert dramatisch met verschillende omstandigheden:
Wanneer de krachten die op een band worden uitgeoefend (door remmen, accelereren of bochten nemen) deze tractielimiet overschrijden, begint de band te slippen en ontstaat er een slip.
Gewichtstransfer is de herverdeling van de massa van de motorfiets tussen de wielen tijdens verschillende manoeuvres. Dit fenomeen heeft een diepgaande invloed op welk wiel meer vatbaar is voor slippen:
Het begrijpen van gewichtstransfer is cruciaal voor het moduleren van rij-inputs en het blijven binnen de tractielimieten van elke band.
Slips worden over het algemeen gecategoriseerd op basis van het wiel dat grip verliest. Elk type brengt unieke uitdagingen met zich mee en vereist specifieke hersteltechnieken.
Een achterwiel-slip, vaak aangeduid als overstuur, treedt op wanneer de achterband grip verliest en sneller roteert dan de weg toelaat. Dit zorgt ervoor dat de achterkant van de motorfiets naar buiten glijdt ten opzichte van het beoogde pad, waardoor de motorfiets draait of om het voorwiel pivoteert. De rijder kan voelen dat de achterband zijwaarts 'duwt' of dat de motorfiets scherper wil draaien dan bedoeld.
Volgens de Nederlandse verkeerswet, specifiek artikel 3 van de RVV 1990, moet de rijder zijn snelheid aanpassen aan de heersende omstandigheden. Als men dit nalaat door te hard te accelereren of te remmen op een oppervlak met weinig grip, kan dit direct leiden tot een achterwiel-slip en worden beschouwd als nalatigheid.
Een voorwiel-slip is over het algemeen veel gevaarlijker en moeilijker te herstellen dan een achterwiel-slip. Het treedt op wanneer de voorband grip verliest, wat resulteert in een plotseling en kritiek verlies van stuurvaardigheid. De motorfiets zal doorgaans een rechter lijn volgen dan gewenst, zelfs als het stuur wordt gedraaid. Dit wordt vaak onderstuur of 'wegglijden' genoemd.
De gevolgen van een voorwiel-slip zijn ernstig. Aangezien het voorwiel verantwoordelijk is voor het sturen, betekent het verlies van tractie een verlies van directionele controle, wat vaak leidt tot een onmiddellijke val. Dit onderstreept het belang van het aanhouden van een geschikte volgafstand (zoals besproken in Les 5: Veilige volgafstand en gevaarherkenning) en het niet overschrijden van veilige bochten snelheden.
Fixatie op het doel (Target Fixation) is een kritieke visuele perceptiefout waarbij een rijder, in een stressvolle situatie, onwillekeurig zijn blik richt op een obstakel of de richting van een slip, waardoor hij precies naar dat punt stuurt. In plaats van naar het vluchtpad of de beoogde rijrichting te kijken, is de rijder gefixeerd op het gevaar.
Dit fenomeen is bijzonder gevaarlijk tijdens een slip, omdat mensen de neiging hebben te sturen waar ze kijken (gaze-steering coupling). Als je slipt en gefixeerd bent op de greppel die je probeert te vermijden, is de kans groter dat je er direct in stuurt. Dit is geen bewuste beslissing, maar een automatische reactie onder druk.
Om fixatie op het doel tegen te gaan, is het fundamentele principe om "te kijken waar je naartoe wilt gaan." Door bewust uw visuele focus te verleggen naar uw gewenste pad, kunt u uw stuurinputs helpen sturen om de motorfiets weg te leiden van gevaar en terug op een veilig traject. Dit principe is niet alleen cruciaal voor slipherstel, maar ook voor algemene gevaarvermijding.
Antiblokkeersystemen (ABS) zijn ontworpen om het blokkeren van wielen tijdens het remmen te voorkomen door snel de remdruk te moduleren. Wanneer een wiel te snel begint te vertragen (wat aangeeft dat het op het punt staat te blokkeren), laat ABS de remdruk tijdelijk los en oefent deze opnieuw uit, waardoor het wiel kan blijven draaien en een zekere mate van stuurvermogen behoudt.
Hoewel ABS de remveiligheid aanzienlijk verbetert en veel rem-geïnduceerde slips kan voorkomen, vooral achterwiel-blokkades, is het cruciaal om de beperkingen ervan te begrijpen:
Succesvol slipherstel omvat een combinatie van snelle denkkracht, soepele inputs en een cruciale mentale verschuiving om te kijken in de gewenste rijrichting. Het algemene principe is om tractie te herstellen door de krachten die de slip veroorzaakten te verminderen, en vervolgens de motorfiets voorzichtig terug te leiden naar het beoogde pad.
Ongeacht het type slip, zijn er verschillende kernprincipes van toepassing voor effectief herstel:
Wanneer het achterwiel slipt (overstuur):
Het sleutelwoord bij een achterwiel-slip is het 'vangen' van de achterkant met de voorkant door in de slip te sturen.
Een voorwiel-slip is kritieker en vereist een nog snellere, preciezere reactie:
De Nederlandse verkeerswet legt duidelijke verantwoordelijkheden op bestuurders om controle over hun voertuig te behouden en zich aan te passen aan de wegcondities. Deze regels vormen het juridische kader waarom slip preventie en herstel niet alleen veiligheidsmaatregelen zijn, maar ook wettelijke noodzakelijkheden.
Artikel 1 RVV 1990: "Een bestuurder moet te allen tijde de controle over zijn voertuig houden." Dit fundamentele artikel bepaalt dat elke bestuurder, inclusief motorrijders, te allen tijde in staat moet zijn hun voertuig voorspelbaar en veilig te besturen, remmen en accelereren. Het niet herstellen van een slip, wat leidt tot een ongeval of het in gevaar brengen van andere weggebruikers, kan worden geïnterpreteerd als een schending van dit artikel, wat kan leiden tot juridische gevolgen zoals boetes of aansprakelijkheid wegens nalatigheid.
Artikel 3 RVV 1990: "De bestuurder moet zijn snelheid aanpassen aan de omstandigheden en mag niet sneller rijden dan veilig is gezien de weersomstandigheden, de staat van de weg en de belading van het voertuig." Dit artikel legt een directe verband tussen de snelheid van een bestuurder en de heersende omstandigheden. Wanneer wegcondities de bandengrip verminderen (bv. regen, ijs, grind, olievlekken), zijn motorrijders wettelijk verplicht hun snelheid te verminderen en hun rijtechniek dienovereenkomstig aan te passen. Slips ontstaan vaak doordat de snelheid of de inputs (remmen, accelereren, bochten nemen) van een rijder de beschikbare tractie voor de huidige omstandigheden overschrijden, wat een directe schending is van artikel 3.
Regelgeving inzake ABS (EU-Verordening nr. 79/2002, gewijzigd door 2004/55/EG): Voor motorfietsen boven de 125 cc is ABS verplicht. Deze regelgeving zorgt ervoor dat deze veiligheidssystemen functioneel zijn en het vermogen van de rijder om het voertuig te besturen niet belemmeren. Zoals hierboven vermeld, ontslaat ABS de rijder echter niet van zijn plichten onder artikelen 1 en 3 van de RVV 1990. Er wordt nog steeds verwacht dat rijders hun snelheid en rijstijl aanpassen om te voorkomen dat de tractielimieten worden bereikt, zelfs met ingeschakeld ABS.
Verkeersborden (artikel 54 RVV 1990): Bord 'Gevaarlijk Glad' (vaak gecombineerd met adviessnelheden). Wanneer borden die wijzen op een nat wegdek of andere gevaarlijke omstandigheden aanwezig zijn, dienen deze als een expliciete waarschuwing dat de wrijving verminderd is. Rijders moeten deze waarschuwingen erkennen en hun snelheid en inputs proactief aanpassen om slips te voorkomen. Het negeren van dergelijke borden en vervolgens de controle verliezen, kan leiden tot een strengere interpretatie van nalatigheid onder de wet.
Hoewel hersteltechnieken essentieel zijn, is de veiligste aanpak altijd preventie. Veel slips kunnen worden vermeden door een proactieve en defensieve rijstijl aan te nemen, risico's voortdurend te beoordelen en inputs aan te passen.
De wrijvingscoëfficiënt (μ) is zeer variabel. Veilige rijders beoordelen voortdurend de wegcondities en passen hun rijgedrag hierop aan.
De staat van uw motorfiets heeft directe invloed op het vermogen om tractie te behouden.
Zelfs ervaren rijders kunnen fouten maken onder druk. Bewust zijn van veelvoorkomende valkuilen kan helpen bij het voorkomen of herstellen van slips.
Het begrijpen van de specifieke woordenschat rond motorfiets-slips is cruciaal voor effectief leren en communiceren over veilige rijtechnieken.
Het beheersen van slipcontrole en herstel is een geavanceerde maar fundamentele vaardigheid voor elke rijder, met name binnen de context van het Nederlandse Motor Theorie-curriculum. Het combineert een begrip van fysica, menselijke psychologie en precieze rijtechnieken, allemaal onderbouwd door wettelijke verplichtingen om controle te behouden.
De kernafhaalpunten zijn:
Door deze principes te integreren, kunnen motorrijders hun veiligheid aanzienlijk verbeteren, zelfverzekerd uitdagende wegcondities navigeren en zich voorbereiden op geavanceerdere rijtechnieken en noodsituaties.
Overzicht van de lesinhoud
Bekijk alle onderdelen en lessen in deze rijtheoriecursus.
Ontdek zoekonderwerpen waar leerlingen vaak naar zoeken wanneer ze Controle en Herstel bij Slippen bestuderen. Deze onderwerpen weerspiegelen veelvoorkomende vragen over verkeersregels, verkeerssituaties, veiligheidsrichtlijnen en theoriebereiding op lesniveau voor leerlingen in Nederland.
Bekijk aanvullende rijtheorielessen over verwante verkeersregels, verkeersborden en veelvoorkomende verkeerssituaties. Krijg beter inzicht in hoe verschillende regels samenkomen in alledaagse verkeerssituaties.
Begrijp de theorie achter motorische slippen, inclusief de oorzaken van uitglijden van het voorwiel en achterwiel. Leer essentiële hersteltechnieken en hoe u 'target fixation' kunt vermijden om de controle te behouden volgens de Nederlandse verkeerswetgeving.

Deze les bereidt je voor op plotselinge veranderingen in het wegdek die tractieverlies kunnen veroorzaken. Je leert deze gevaren te herkennen en, indien ze niet vermeden kunnen worden, hoe je er veilig overheen rijdt. De belangrijkste techniek is om de motor rechtop te houden en vloeiende, constante controle-inputs te gebruiken - geen abrupte rem-, gas- of stuurcorrecties - om het risico op slippen te minimaliseren.

Deze les biedt een uitgebreide gids voor veilig en effectief vertragen op een motorfiets. Je leert de principes van gecontroleerd remmen, inclusief de progressieve toepassing van zowel de voor- als achterrem om de remkracht te maximaliseren met behoud van stabiliteit. De inhoud legt ook de rol van motorremmen bij het beheersen van de snelheid uit en hoe het Antiblokkeersysteem (ABS) voorkomt dat de wielen blokkeren tijdens hard remmen.

Rijden op twee wielen vereist extra zorg op oppervlakken met verminderde grip. Deze les leert je hoe je omgaat met uitdagende omstandigheden zoals regen, ijs, natte bladeren of tramrails. Belangrijke principes zijn onder meer het aanzienlijk verminderen van de snelheid, het veel soepeler en geleidelijker aansturen van alle bedieningselementen (remmen, accelereren, sturen) en het vergroten van de volgafstand om veel langere remwegen mogelijk te maken. Het herkennen van potentieel gladde gebieden is een cruciaal onderdeel van proactieve gevarenherkenning.

Deze les verklaart de wetenschap achter verminderde grip op natte oppervlakken en het gevaarlijke fenomeen van aquaplaning, waarbij een band op een waterlaag rijdt in plaats van op de weg. Er wordt gedetailleerd ingegaan op de kritieke rol van bandenslijtage (profiel), bandenspanning en rijsnelheid bij het behouden van contact met het asfalt. Motorrijders leren technieken voor rijden in de regen, waaronder het gebruik van uitzonderlijk soepele stuurbewegingen en proactief snelheid verminderen bij het naderen van stilstaand water.

Deze les behandelt de specifieke uitdaging van bochten nemen wanneer de weggrip gecompromitteerd is. Het leert rijders hoe ze potentiële oppervlakken met weinig tractie kunnen herkennen, zoals natte putdeksels, wegmarkeringen, grind of olievlekken. De inhoud richt zich op technieken om risico's te beperken, zoals snelheid verminderen, de hellingshoek minimaliseren en alle bedieningselementen – remmen, sturen en gas – uitzonderlijk soepel bedienen om de beschikbare grip niet te overschrijden.

Deze les behandelt de techniek van progressief remmen, waarbij de remmen soepel en geleidelijk worden toegepast in plaats van abrupt. Deze methode zorgt ervoor dat het gewicht van de motor op een gecontroleerde manier naar voren verplaatst, waardoor de voorvering wordt samengedrukt en het contactoppervlak van de voorband groter wordt. Dit maximaliseert op zijn beurt de beschikbare grip en maakt harder, veiliger remmen mogelijk zonder het chassis van zijn stuk te brengen of een wiel te blokkeren.

Deze les gaat verder dan basisremmen en leert je geavanceerde technieken voor optimale remprestaties. Je leert dat de voorrem zorgt voor het grootste deel van je remkracht door de gewichtsoverdracht naar voren, maar dat het behendig gebruiken van de achterrem cruciaal is voor stabiliteit. De inhoud behandelt het concept van progressief remmen – soepel de hendels knijpen – om tractie te beheren en wielblokkering te voorkomen, vooral op motoren zonder ABS.

Deze les verklaart de natuurkunde waarom natte wegen aanzienlijk minder tractie bieden dan droge wegen, met speciale aandacht voor gevaren zoals de eerste regen na een droge periode. Het definieert aquaplaning (wanneer een band op een waterlaag rijdt in plaats van op de weg) en legt uit hoe snelheid en bandconditie bijdragen aan dit gevaarlijke fenomeen. De inhoud biedt duidelijke strategieën voor rijden in de regen, inclusief het verminderen van de snelheid en het soepel bedienen van alle bedieningselementen.

Deze les leert de cruciale vaardigheid van het beoordelen van wegdekken en het dienovereenkomstig aanpassen van de snelheid om maximale tractie te behouden. Het behandelt een verscheidenheid aan gevaarlijke omstandigheden, waaronder nat asfalt, los grind, olievlekken, metalen mangatdeksels en geverfde wegmarkeringen, die allemaal de grip aanzienlijk kunnen verminderen. Motorrijders leren constant de weg vooruit te scannen, potentieel tractieverminderende oppervlakken te identificeren en proactief hun snelheid te beheren om uitglijden en controleverlies te voorkomen.

Deze les legt uit hoe je het principe van tegensturen beslissend toepast in een noodsituatie om een snelle ontwijkende beweging uit te voeren. Het behandelt het belang van kijken waar je naartoe wilt, het vermijden van 'target fixation' op het obstakel, en het uitvoeren van een stevige duw op het juiste stuur om een snelle leuning en richtingverandering te initiëren. Deze vaardigheid is een cruciaal onderdeel van botsingsvermijding voor elke motorrijder.
Ontdek hoe de staat van het wegdek, het weer en voertuigonderhoud de grip van een motorfiets beïnvloeden. Leer proactieve strategieën om slippen te voorkomen en begrijp hoe factoren zoals bandenspanning en belading de tractie beïnvloeden voor het Nederlandse theorie-examen.

Deze les bereidt je voor op plotselinge veranderingen in het wegdek die tractieverlies kunnen veroorzaken. Je leert deze gevaren te herkennen en, indien ze niet vermeden kunnen worden, hoe je er veilig overheen rijdt. De belangrijkste techniek is om de motor rechtop te houden en vloeiende, constante controle-inputs te gebruiken - geen abrupte rem-, gas- of stuurcorrecties - om het risico op slippen te minimaliseren.

Deze les verklaart de wetenschap achter verminderde grip op natte oppervlakken en het gevaarlijke fenomeen van aquaplaning, waarbij een band op een waterlaag rijdt in plaats van op de weg. Er wordt gedetailleerd ingegaan op de kritieke rol van bandenslijtage (profiel), bandenspanning en rijsnelheid bij het behouden van contact met het asfalt. Motorrijders leren technieken voor rijden in de regen, waaronder het gebruik van uitzonderlijk soepele stuurbewegingen en proactief snelheid verminderen bij het naderen van stilstaand water.

Rijden op twee wielen vereist extra zorg op oppervlakken met verminderde grip. Deze les leert je hoe je omgaat met uitdagende omstandigheden zoals regen, ijs, natte bladeren of tramrails. Belangrijke principes zijn onder meer het aanzienlijk verminderen van de snelheid, het veel soepeler en geleidelijker aansturen van alle bedieningselementen (remmen, accelereren, sturen) en het vergroten van de volgafstand om veel langere remwegen mogelijk te maken. Het herkennen van potentieel gladde gebieden is een cruciaal onderdeel van proactieve gevarenherkenning.

Deze les verklaart de natuurkunde waarom natte wegen aanzienlijk minder tractie bieden dan droge wegen, met speciale aandacht voor gevaren zoals de eerste regen na een droge periode. Het definieert aquaplaning (wanneer een band op een waterlaag rijdt in plaats van op de weg) en legt uit hoe snelheid en bandconditie bijdragen aan dit gevaarlijke fenomeen. De inhoud biedt duidelijke strategieën voor rijden in de regen, inclusief het verminderen van de snelheid en het soepel bedienen van alle bedieningselementen.

Deze les behandelt de specifieke uitdaging van bochten nemen wanneer de weggrip gecompromitteerd is. Het leert rijders hoe ze potentiële oppervlakken met weinig tractie kunnen herkennen, zoals natte putdeksels, wegmarkeringen, grind of olievlekken. De inhoud richt zich op technieken om risico's te beperken, zoals snelheid verminderen, de hellingshoek minimaliseren en alle bedieningselementen – remmen, sturen en gas – uitzonderlijk soepel bedienen om de beschikbare grip niet te overschrijden.

Deze les bereidt je voor op de unieke gevaren van rijden op hoge snelheid op de snelweg. Je leert veelvoorkomende gevaren op het wegdek te herkennen en te navigeren, zoals puin, kuilen en gladde stalen voegovergangen op bruggen. De inhoud behandelt ook de krachtige luchtturbulentie die wordt veroorzaakt door grote vrachtwagens, wat de stabiliteit van een motorfiets kan beïnvloeden, en de mentale uitdaging van het behouden van focus op lange, eentonige stukken weg.

Deze les leert de cruciale vaardigheid van het beoordelen van wegdekken en het dienovereenkomstig aanpassen van de snelheid om maximale tractie te behouden. Het behandelt een verscheidenheid aan gevaarlijke omstandigheden, waaronder nat asfalt, los grind, olievlekken, metalen mangatdeksels en geverfde wegmarkeringen, die allemaal de grip aanzienlijk kunnen verminderen. Motorrijders leren constant de weg vooruit te scannen, potentieel tractieverminderende oppervlakken te identificeren en proactief hun snelheid te beheren om uitglijden en controleverlies te voorkomen.

Deze les introduceert het Nederlandse concept van 'voorspellend rijgedrag', een proactieve benadering van veiligheid. Het leert motorrijders verder te kijken dan het direct voorliggende voertuig en te zoeken naar aanwijzingen die de acties van andere weggebruikers voorspellen, zoals richtingaanwijzers, stuurrichting en hoofdbewegingen van de bestuurder. Door potentiële conflicten te anticiperen voordat ze gebeuren, kunnen rijders zichzelf positioneren om gevaar te vermijden en te zorgen voor een soepelere, veiligere reis door complex verkeer.

Deze les biedt overlevingsstrategieën voor het rijden in de meest uitdagende weersomstandigheden, waaronder zware regen, sneeuw en potentieel ijs. Het benadrukt het belang van mentale voorbereiding, drastisch verlaagde snelheden en uiterst soepele input voor gas, remmen en sturen. De inhoud behandelt ook het identificeren van risicovolle gebieden voor 'black ice' (ijzel), zoals bruggen en schaduwplekken, en de cruciale rol van geschikte waterdichte en geïsoleerde kleding bij het voorkomen van onderkoeling en het behouden van concentratie.

Regen vermindert de grip van de banden en het zicht van de bestuurder aanzienlijk. Deze les behandelt de essentiële aanpassingen die nodig zijn voor rijden in nat weer, waaronder het verminderen van de snelheid, het vergroten van de afstand tot voorliggers en het soepeler bedienen van alle bedieningselementen. Het legt het gevaar uit van aquaplaning wanneer banden het contact met de weg verliezen boven stilstaand water en hoe dit te voorkomen. Je leert ook over het belang van goede bandenslijtage voor het afvoeren van water en het behouden van tractie.
Vind duidelijke antwoorden op vragen die leerlingen vaak hebben over Controle en Herstel bij Slippen. Lees hoe de les is opgebouwd, welke theoriedoelen worden behandeld en hoe de les past binnen de algemene leerroute van onderdelen en de voortgang binnen de leerlijn in Nederland. Deze uitleg helpt je kernconcepten te begrijpen, de lessenstructuur te volgen en je examengerichte leerdoelen te behalen.
Een slippen met het achterwiel (blokkeren) is vaak beter beheersbaar; het zachtjes loslaten van de achterrem en kijken waar je naartoe wilt gaan kan helpen de controle te herwinnen. Een slippen met het voorwiel is echter veel kritischer en vereist onmiddellijke, zachte loslating van de voorrem gecombineerd met zorgvuldig tegensturen, omdat herstel zeer moeilijk is als het wiel onder een extreme hoek staat.
Dit wordt 'target fixation' genoemd. Je lichaam stuurt van nature naar waar je ogen gericht zijn. Tijdens een slippen, als je staart naar het obstakel of de grond, stuur je waarschijnlijk die kant op of val je. Door actief te kijken naar je vluchtroute of het gewenste pad, help je mentaal en fysiek het herstelproces.
ABS (Anti-blokkeersysteem) is ontworpen om wielblokkering tijdens het remmen te voorkomen, wat een veelvoorkomende oorzaak van slippen is. Hoewel het de kans op slippen bij hard remmen aanzienlijk vermindert, kan het slippen veroorzaakt door te veel gas, plotselinge stuurbewegingen of oppervlakken met weinig grip (zoals ijs of los grind) waar simpelweg geen tractie beschikbaar is, niet voorkomen.
Het hangt ervan af welk wiel slipt. Als het achterwiel slipt tijdens het remmen, moet je over het algemeen de achterrem loslaten. Als het voorwiel slipt tijdens het remmen, laat je onmiddellijk en voorzichtig de druk op de voorrem los. Het opnieuw gebruiken van de andere rem of een combinatie mag pas als de controle is herwonnen en het veilig is om te doen.