Motorrijden in slechte weersomstandigheden zoals regen, mist of zware nevel brengt unieke uitdagingen met zich mee. Deze les maakt deel uit van de eenheid 'Zicht, Verlichting en Weersgerelateerde Gevaren' in je Complete CBR Theoriecursus voor het Nederlandse Motorrijbewijs (Categorie A2). Het rust je uit met de essentiële kennis om veilig te rijden en controle te behouden wanneer het zicht beperkt is en de wegdekken glad zijn.

Motorrijden vereist constante aanpassing, en misschien testen geen enkele omstandigheden de vaardigheden en alertheid van een rijder meer dan regen, mist en over het algemeen slecht zicht. Deze uitdagende omgevingen veranderen de wrijving van het wegdek drastisch, verminderen uw vermogen om gevaren te zien en maken u minder zichtbaar voor andere weggebruikers. Voor rijders die een Nederlands motorrijbewijs categorie A2 nastreven, is het begrijpen en beheersen van veilige rijtechnieken bij slecht weer niet alleen cruciaal voor het slagen voor het CBR theorie-examen; het is een fundamentele vaardigheid voor dagelijkse veiligheid op de Nederlandse wegen. Deze les biedt een uitgebreide gids voor het navigeren door deze omstandigheden, met de nadruk op tractiebeheer, verbetering van de zichtbaarheid en cruciale aanpassingen aan uw rijgedrag.
Slecht weer verandert fundamenteel de fysica van het rijden, voornamelijk door de beschikbare grip (tractie) te verminderen en uw zintuiglijke input, met name het zicht, te beperken. Het herkennen van deze effecten is de eerste stap naar veiliger rijden.
Een nat wegdek is een van de grootste gevaren voor motorrijders. Water werkt als smeermiddel tussen uw banden en de weg, waardoor de wrijvingscoëfficiënt (μ) aanzienlijk wordt verminderd. Op een droge weg kan de wrijvingscoëfficiënt rond de 0,8–0,9 liggen, maar op een nat oppervlak kan dit dalen tot 0,4–0,6. Deze vermindering vertaalt zich direct in langere remwegen en een hoger risico op het verliezen van grip tijdens acceleratie of bochtenwerk.
Lichte regen creëert een dunne waterfilm, wat een matige vermindering van de grip veroorzaakt. Matige tot zware regen kan echter leiden tot stilstaand water, wat de tractie drastisch vermindert en het risico op aquaplaning introduceert. Het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV 1990), artikel 12.4, stelt expliciet dat bestuurders hun snelheid moeten aanpassen aan de weers- en wegdekcondities. Deze wettelijke verplichting onderstreept het belang van het begrijpen hoe nattigheid de capaciteiten van uw motorfiets beïnvloedt. Rijden met 80 km/u op een natte autosnelweg kan bijvoorbeeld uw benodigde stopafstand verhogen van ongeveer 35 meter op droog asfalt tot meer dan 60 meter.
Aquaplaning treedt op wanneer een laag water zich ophoopt tussen uw band en het wegdek, waardoor de band het directe contact met het asfalt verliest en op een waterfilm rijdt. Dit fenomeen kan leiden tot volledig verlies van stuur- en remcontrole.
Er zijn twee hoofdtypen:
Bij aquaplaning hebben uw stuur- en remingrepen weinig tot geen effect. De motorfiets kan rechtdoor glijden, of in de richting waarin deze het laatst werd gestuurd. Als u aquaplaning ervaart, verminder dan geleidelijk de snelheid door het gas voorzichtig terug te nemen, vermijd abrupt remmen of sturen en houd een rechte lijn aan totdat de banden weer contact maken met de weg.
Omstandigheden zoals mist, zware regen en nevel beperken ernstig hoe ver u kunt zien en hoe ver andere weggebruikers u kunnen zien. Zichtbaarheid wordt doorgaans gemeten in meters, waarbij dichte mist vaak wordt gedefinieerd als zichtbaarheid minder dan 50 meter. Zware regen kan de zichtbaarheid verminderen tot tussen de 50 en 150 meter door waternevel en verminderde lichtpenetratie. Nevel of ochtendgloren kan het zicht verminderen tot 150–300 meter.
Verminderd zicht betekent dat u minder tijd heeft om gevaren waar te nemen, te reageren op veranderende verkeerssituaties en manoeuvres uit te voeren. Het is cruciaal om uw reactietijd te verlengen door uw snelheid te verlagen en uw visuele zoektocht uit te breiden. RVV 1990 artikel 8.1 verplicht het gebruik van koplampen wanneer de zichtbaarheid onvoldoende is voor veilig rijden, en artikel 12.2 vereist dat bestuurders een afstand aanhouden die veilig stoppen onder de heersende omstandigheden mogelijk maakt. In mist van 30 meter moet u bijvoorbeeld mogelijk uw snelheid verlagen naar 30 km/u op een weg met een limiet van 50 km/u, geschikte verlichting gebruiken en uw volgafstand drastisch vergroten.
Het behouden van controle over uw motorfiets in regen of mist vereist een bewuste en doordachte aanpassing van al uw bedieningsingrepen: remmen, accelereren en sturen. Het doel is altijd om plotselinge veranderingen te vermijden die de beperkte beschikbare tractie kunnen verbreken.
Tractiebeheer is het overkoepelende principe voor rijden in natte omstandigheden. Het omvat het handhaven van optimale band-wegdek wrijving door alle bedieningsingrepen met uitzonderlijke soepelheid uit te voeren en een geschikte snelheid te kiezen. Abrupte acties zijn de vijand van tractie op gladde oppervlakken. Elke ingreep – een kneep van de remhendel, een draai aan het gaspedaal, of een bocht in leunen – moet zacht en progressief zijn. Deze aanpak voorkomt plotselinge gewichtsverschuivingen of overmatige kracht op de banden die kunnen leiden tot gripverlies, slip van het wiel of verlies van stuurcontrole.
Effectief remmen op natte wegen vereist een verfijnde techniek. De sleutel is progressief remmen: gebruik eerst zachtjes de achterrem om de motorfiets te stabiliseren en gewicht te verplaatsen, en verhoog vervolgens geleidelijk de druk op de voorremhendel. Deze techniek maximaliseert de remkracht en minimaliseert het risico op blokkeren van een wiel.
RVV 1990 artikel 5 bepaalt dat elke bestuurder zijn voertuig te allen tijde onder controle moet houden, een regel die bijzonder relevant is tijdens het remmen in slechte omstandigheden.
Net als bij het remmen moeten stuurbewegingen buitengewoon soepel zijn bij het rijden op natte wegen. Abrupte stuurbewegingen of snelle veranderingen in de hellingshoek kunnen de beperkte beschikbare tractie overweldigen, wat leidt tot plotseling gripverlies en slip.
Wanneer u een natte bocht nadert, verlaag dan ruim van tevoren uw snelheid en leun vervolgens zachtjes de bocht in. Houd een consistente, stabiele lijn door de bocht en vermijd plotselinge correcties. Uw lichaamsbewegingen moeten ook soepel zijn en geïntegreerd met de helling van de motor. Het doel is om krachten geleidelijk te verdelen en een stabiel contactvlak tussen de banden en het wegdek te behouden.
Na het vertragen voor een gevaar of het uitkomen van een natte bocht, weersta de drang om hard te accelereren. Plotselinge gasreactie op een nat oppervlak kan gemakkelijk leiden tot wielspin van het achterwiel, met verlies van grip aan de achterkant en potentieel een high-sidercrash tot gevolg. Geef altijd zacht en geleidelijk gas, vooral wanneer de motorfiets nog schuin staat of wanneer het wegdek onevenredig nat is. Wacht tot de motorfiets rechter staat en u zeker bent van voldoende grip voordat u het vermogen aanzienlijk verhoogt.
Bij omstandigheden met slecht zicht wordt uw vermogen om anderen te zien en gezien te worden van cruciaal belang. Goede verlichting en rijderskleding zijn essentiële veiligheidsmaatregelen.
Het juiste gebruik van het verlichtingssysteem van uw motorfiets is van vitaal belang bij regen, mist of nevel.
Gebruik nooit uw grootlicht in mist. Het licht zal verstrooien op de waterdruppels, waardoor een verblindende lichtmuur ontstaat die uw zicht naar voren nog verder vermindert.
Naast de verlichting van uw motorfiets is uw persoonlijke zichtbaarheid van het grootste belang. Opvallendheid verwijst naar hoe opmerkbaar u bent voor andere weggebruikers.
Het dragen van donkere, niet-reflecterende kleding bij slecht weer brengt uw veiligheid ernstig in gevaar, omdat u effectief onzichtbaar wordt voor andere bestuurders totdat ze heel dichtbij zijn.
Twee van de meest cruciale aanpassingen die u kunt maken bij slecht weer zijn het vergroten van uw volgafstand en het verlagen van uw snelheid onder de wettelijke limiet. Deze maatregelen bieden direct meer tijd om te reageren en te stoppen.
Het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV 1990), artikel 12.2, verplicht bestuurders om een afstand aan te houden die veilig stoppen onder de heersende omstandigheden mogelijk maakt. Dit is nog belangrijker voor motorrijders in regen en mist. Aangezien de remwegen op natte oppervlakken aanzienlijk toenemen en reactietijden worden gehinderd door verminderd zicht, moet uw veilige volgafstand drastisch worden vergroot.
Om uw volgafstand te schatten, kiest u een vast punt voor u (bijv. een verkeersbord) dat het voorliggende voertuig passeert. Tel de seconden totdat uw motorfiets hetzelfde punt passeert. Als uw telling minder is dan de aanbevolen duur, rijdt u te dichtbij.
Hoewel wettelijke snelheidslimieten gelden, zijn deze ingesteld voor ideale omstandigheden op droog wegdek. In regen of mist moet u dynamische snelheidslimieten toepassen, wat betekent dat u uw snelheid aanpast aan de werkelijke omstandigheden, die vaak aanzienlijk lager zullen zijn dan de aangegeven limiet. RVV 1990 artikel 12.4 vereist expliciet snelheidsaanpassing aan het weer, de wegdekcondities en het verkeer.
Algemene richtlijnen voor snelheidsvermindering:
Bepaalde kenmerken van het wegdek worden bijzonder gevaarlijk bij nat weer. Het herkennen en anticiperen op deze gevaren is cruciaal om gripverlies te voorkomen.
Geverfde wegmarkeringen (zoals witte lijnen, rijstrookafscheidingen, pijlen of zebrapaden) en metalen putdeksels worden extreem glad bij nat weer. De verf of het metaal biedt aanzienlijk minder wrijving dan asfalt of beton, vooral in combinatie met water, olie of rubberresten.
Grote plassen of gebieden met stilstaand water vormen verschillende gevaren:
Als u een plas niet kunt vermijden:
De staat van uw motorfiets speelt een belangrijke rol in zijn prestaties en veiligheid bij nat weer. Bandenonderhoud is met name cruciaal.
De banden zijn uw enige contact met de weg, waardoor hun conditie bij nat weer van het grootste belang is. RVV 1990 artikel 9.4 stelt dat motorfietsen in deugdelijke staat moeten zijn, en banden voldoende profiel moeten hebben.
Het begrijpen van veelvoorkomende fouten kan u helpen actief gevaarlijke situaties te voorkomen.
De Nederlandse verkeerswetgeving (RVV 1990) biedt een duidelijk kader voor veilig rijden onder alle omstandigheden, met specifieke artikelen die direct van toepassing zijn op slecht weer:
Motorrijden bij regen, mist en slecht zicht vereist verhoogde alertheid, verfijnde bedieningsingrepen en strikte naleving van veiligheidsprincipes en wettelijke voorschriften. Door de fysica van verminderde tractie te begrijpen, uw snelheid en volgafstand aan te passen, uw zichtbaarheid te waarborgen en uw motorfiets te onderhouden, kunt u de risico's van slecht weer aanzienlijk beperken. Oefen soepel remmen, zacht sturen en geleidelijk accelereren om de controle te behouden en veilig uw bestemming te bereiken. Uw ijver onder deze uitdagende omstandigheden is een kenmerk van een verantwoordelijke en bekwame motorrijder.
Overzicht van de lesinhoud
Bekijk alle onderdelen en lessen in deze rijtheoriecursus.
Ontdek zoekonderwerpen waar leerlingen vaak naar zoeken wanneer ze Rijden in Regen, Mist en bij Laag Zicht bestuderen. Deze onderwerpen weerspiegelen veelvoorkomende vragen over verkeersregels, verkeerssituaties, veiligheidsrichtlijnen en theoriebereiding op lesniveau voor leerlingen in Nederland.
Bekijk aanvullende rijtheorielessen over verwante verkeersregels, verkeersborden en veelvoorkomende verkeerssituaties. Krijg beter inzicht in hoe verschillende regels samenkomen in alledaagse verkeerssituaties.
Begrijp de specifieke gevaren van natte wegen, verminderd zicht en aquaplaning voor motoren. Leer cruciale aanpassingen in de besturing en wettelijke vereisten voor veilig rijden in slecht weer in Nederland.

Deze les behandelt de dubbele uitdaging van slecht zicht: in staat zijn om de weg vooruit te zien en ervoor zorgen dat andere weggebruikers jou kunnen zien. Het behandelt technieken voor het rijden in mist en hevige regen, zoals het gebruik van de juiste verlichting en het verlagen van de snelheid om deze aan te passen aan de zichtafstand. De les bespreekt ook praktische zaken zoals het beslaan van het helmvizier en het belang van het dragen van kleding met hoge zichtbaarheid of reflecterende kleding om de opvallendheid bij weinig licht te vergroten.

Deze les legt uit waarom de standaard twee-secondenregel onvoldoende is bij slechte omstandigheden en verlenging vereist. Het beschrijft hoe factoren zoals regen, mist en duisternis zowel het zicht als de bandengrip verminderen, waardoor de totale remafstand aanzienlijk toeneemt. De inhoud biedt praktische richtlijnen, zoals het verlengen van de volgafstand tot vier seconden of meer in nat weer, om ervoor te zorgen dat de rijder altijd voldoende tijd en ruimte heeft om veilig te stoppen, ongeacht de omstandigheden.

Deze les richt zich op het gebruik van speciale verlichting voor specifieke situaties. U leert de strikte voorwaarden waaronder mistlampen gebruikt mogen worden: het mistachterlicht is alleen toegestaan als het zicht door mist of sneeuw minder dan 50 meter is, en niet bij regen. De les legt ook het juiste gebruik van alarmlichten uit, die bedoeld zijn om andere bestuurders te waarschuwen voor een stilstaande obstructie (zoals pech of het einde van een plotselinge file) of tijdens het slepen.

Regen vermindert de grip van de banden en het zicht van de bestuurder aanzienlijk. Deze les behandelt de essentiële aanpassingen die nodig zijn voor rijden in nat weer, waaronder het verminderen van de snelheid, het vergroten van de afstand tot voorliggers en het soepeler bedienen van alle bedieningselementen. Het legt het gevaar uit van aquaplaning wanneer banden het contact met de weg verliezen boven stilstaand water en hoe dit te voorkomen. Je leert ook over het belang van goede bandenslijtage voor het afvoeren van water en het behouden van tractie.

Deze les benadrukt de kritieke relatie tussen slechte omstandigheden, verminderde grip en enorm vergrote remwegen. Het biedt een duidelijk kader voor hoeveel rijders hun volgafstand moeten vergroten en hun totale snelheid moeten verlagen om een veilige foutmarge te behouden. Het curriculum leert rijders constant hun snelheid opnieuw te beoordelen op basis van visuele feedback van het wegdek en de mate van zichtbaarheid, zodat ze altijd kunnen stoppen binnen de afstand die ze duidelijk kunnen zien.

Deze les biedt overlevingsstrategieën voor het rijden in de meest uitdagende weersomstandigheden, waaronder zware regen, sneeuw en potentieel ijs. Het benadrukt het belang van mentale voorbereiding, drastisch verlaagde snelheden en uiterst soepele input voor gas, remmen en sturen. De inhoud behandelt ook het identificeren van risicovolle gebieden voor 'black ice' (ijzel), zoals bruggen en schaduwplekken, en de cruciale rol van geschikte waterdichte en geïsoleerde kleding bij het voorkomen van onderkoeling en het behouden van concentratie.

Rijden op twee wielen vereist extra zorg op oppervlakken met verminderde grip. Deze les leert je hoe je omgaat met uitdagende omstandigheden zoals regen, ijs, natte bladeren of tramrails. Belangrijke principes zijn onder meer het aanzienlijk verminderen van de snelheid, het veel soepeler en geleidelijker aansturen van alle bedieningselementen (remmen, accelereren, sturen) en het vergroten van de volgafstand om veel langere remwegen mogelijk te maken. Het herkennen van potentieel gladde gebieden is een cruciaal onderdeel van proactieve gevarenherkenning.

Deze les benadrukt het cruciale belang van het aanpassen van uw snelheid aan de heersende omstandigheden, wat kan betekenen dat u langzamer moet rijden dan de wettelijke limiet. U leert hoe factoren zoals regen, mist, sneeuw en duisternis de remafstanden aanzienlijk verlengen en het zicht verminderen. Het curriculum legt de gevaren uit van aquaplaning op natte wegen en ijzel in de winter. Het kernprincipe dat hier wordt geleerd, is dat een veilige bestuurder altijd zijn snelheid aanpast om ervoor te zorgen dat hij kan stoppen binnen de afstand die hij vrij kan overzien.

Deze les richt zich op de dubbele uitdaging van zichtbaarheid: de weg vooruit zien en ervoor zorgen dat andere bestuurders u zien. Het behandelt de wettelijke vereisten en het tactische gebruik van koplampen, inclusief wanneer grootlicht en dimlicht te gebruiken, en het belang van dagrijverlichting. Daarnaast worden strategieën onderzocht om de persoonlijke zichtbaarheid te vergroten door middel van reflecterende kleding en het gebruik van rijstrookpositionering om op te vallen in het verkeer en dode hoeken te vermijden.

Deze les verklaart de natuurkunde waarom natte wegen aanzienlijk minder tractie bieden dan droge wegen, met speciale aandacht voor gevaren zoals de eerste regen na een droge periode. Het definieert aquaplaning (wanneer een band op een waterlaag rijdt in plaats van op de weg) en legt uit hoe snelheid en bandconditie bijdragen aan dit gevaarlijke fenomeen. De inhoud biedt duidelijke strategieën voor rijden in de regen, inclusief het verminderen van de snelheid en het soepel bedienen van alle bedieningselementen.
Beheers het gebruik van motorverlichting, mistlampen en reflecterende kleding om uw zichtbaarheid en opvallendheid te vergroten in regen, mist en nevel. Behandelt wettelijke verplichtingen volgens de Nederlandse verkeerswet.

Deze les behandelt de verplichte verlichtings- en signalisatieapparatuur voor A2-motoren volgens de Nederlandse wetgeving, zodat u zichtbaar blijft en uw intenties correct communiceert. U leert de regels voor het gebruik van koplampen, achterlichten, richtingaanwijzers en remlichten onder verschillende omstandigheden, inclusief overdag en bij slecht weer. De inhoud behandelt ook het belang van het onderhoud van deze apparatuur en het gebruik van handgebaren als een geldige secundaire communicatiemethode in het verkeer.

Deze les behandelt de dubbele uitdaging van slecht zicht: in staat zijn om de weg vooruit te zien en ervoor zorgen dat andere weggebruikers jou kunnen zien. Het behandelt technieken voor het rijden in mist en hevige regen, zoals het gebruik van de juiste verlichting en het verlagen van de snelheid om deze aan te passen aan de zichtafstand. De les bespreekt ook praktische zaken zoals het beslaan van het helmvizier en het belang van het dragen van kleding met hoge zichtbaarheid of reflecterende kleding om de opvallendheid bij weinig licht te vergroten.

Deze les richt zich op de dubbele uitdaging van zichtbaarheid: de weg vooruit zien en ervoor zorgen dat andere bestuurders u zien. Het behandelt de wettelijke vereisten en het tactische gebruik van koplampen, inclusief wanneer grootlicht en dimlicht te gebruiken, en het belang van dagrijverlichting. Daarnaast worden strategieën onderzocht om de persoonlijke zichtbaarheid te vergroten door middel van reflecterende kleding en het gebruik van rijstrookpositionering om op te vallen in het verkeer en dode hoeken te vermijden.

Deze les behandelt het volledige scala aan verlichting en signalen die op een voertuig vereist zijn voor zichtbaarheid en communicatie. U leert over de verplichte vereisten voor koplampen, achterlichten, remlichten, richtingaanwijzers en reflectoren. Het curriculum benadrukt de wettelijke verantwoordelijkheid van de bestuurder om ervoor te zorgen dat alle lichten voor elke rit schoon en functioneel zijn. Ook het juiste gebruik en de functie van de claxon als auditief waarschuwingssignaal in geval van dreigend gevaar worden uitgelegd.

Deze les gaat verder dan de wettelijke vereisten van verlichting en leert je hoe je deze strategisch kunt gebruiken om op te vallen in het verkeer. Je leert het belang van altijd rijden met je dimlicht aan, en het juiste, attente gebruik van het grootlicht om jezelf van een afstand beter zichtbaar te maken. De inhoud behandelt ook het ruim van tevoren gebruiken van richtingaanwijzers en het kort aanraken van de rem om het remlicht te laten flitsen voordat je vertraagt.

Rijden in het donker brengt twee hoofduitdagingen met zich mee: de weg zien en gezien worden door anderen. Deze les behandelt de wettelijke eisen voor het verlichtingssysteem van je voertuig en hoe je dit effectief gebruikt, inclusief wanneer je grootlicht moet gebruiken. Het benadrukt ook strategieën om je eigen zichtbaarheid te vergroten, zoals het dragen van heldere of reflecterende kleding. Je leert hoe duisternis je waarneming van snelheid en afstand beïnvloedt en hoe je je rijgedrag kunt aanpassen om deze beperkingen te compenseren.

Deze les richt zich op het gebruik van speciale verlichting voor specifieke situaties. U leert de strikte voorwaarden waaronder mistlampen gebruikt mogen worden: het mistachterlicht is alleen toegestaan als het zicht door mist of sneeuw minder dan 50 meter is, en niet bij regen. De les legt ook het juiste gebruik van alarmlichten uit, die bedoeld zijn om andere bestuurders te waarschuwen voor een stilstaande obstructie (zoals pech of het einde van een plotselinge file) of tijdens het slepen.

Deze les beschrijft de functies van de verschillende lichten op een auto en de wettelijke vereisten voor het gebruik ervan. U leert het verschil tussen dimlichten (dimlicht), de standaard koplampen voor nachtelijk rijden en slecht zicht, en grootlichten (grootlicht), die alleen gebruikt mogen worden als ze andere weggebruikers niet verblinden. De inhoud behandelt ook het gebruik van stadslichten (stadslicht) voor parkeren en de automatische functie van dagrijverlichting (DRL's). Correct gebruik is essentieel voor zichtbaarheid en het voorkomen van verblinding van andere bestuurders.

Deze les legt uit waarom de standaard twee-secondenregel onvoldoende is bij slechte omstandigheden en verlenging vereist. Het beschrijft hoe factoren zoals regen, mist en duisternis zowel het zicht als de bandengrip verminderen, waardoor de totale remafstand aanzienlijk toeneemt. De inhoud biedt praktische richtlijnen, zoals het verlengen van de volgafstand tot vier seconden of meer in nat weer, om ervoor te zorgen dat de rijder altijd voldoende tijd en ruimte heeft om veilig te stoppen, ongeacht de omstandigheden.

Deze les biedt overlevingsstrategieën voor het rijden in de meest uitdagende weersomstandigheden, waaronder zware regen, sneeuw en potentieel ijs. Het benadrukt het belang van mentale voorbereiding, drastisch verlaagde snelheden en uiterst soepele input voor gas, remmen en sturen. De inhoud behandelt ook het identificeren van risicovolle gebieden voor 'black ice' (ijzel), zoals bruggen en schaduwplekken, en de cruciale rol van geschikte waterdichte en geïsoleerde kleding bij het voorkomen van onderkoeling en het behouden van concentratie.
Vind duidelijke antwoorden op vragen die leerlingen vaak hebben over Rijden in Regen, Mist en bij Laag Zicht. Lees hoe de les is opgebouwd, welke theoriedoelen worden behandeld en hoe de les past binnen de algemene leerroute van onderdelen en de voortgang binnen de leerlijn in Nederland. Deze uitleg helpt je kernconcepten te begrijpen, de lessenstructuur te volgen en je examengerichte leerdoelen te behalen.
De belangrijkste aanpassing is om al je bedieningselementen — remmen, accelereren en sturen — uitzonderlijk soepel te gebruiken. Dit komt doordat natte oppervlakken de grip van de banden drastisch verminderen. Abrupte bewegingen kunnen gemakkelijk leiden tot verlies van grip, wat resulteert in een slip of val. Anticipeer altijd op situaties en handel voorzichtig.
In regenachtige of mistige omstandigheden moet je je volgafstand aanzienlijk vergroten. Hoewel de standaard aanbeveling twee seconden is, moet je streven naar minstens vier seconden, en mogelijk meer bij zware regen of dichte mist. Dit geeft voldoende tijd om te reageren en veilig te remmen, rekening houdend met de langere remafstanden op natte oppervlakken.
Ja, geverfde lijnen, wegmarkeringen, metalen platen en mangaten worden extreem glad als ze nat zijn. Ze bieden zeer weinig grip in vergelijking met het omringende asfalt. Je moet extra voorzichtig zijn bij het naderen of oversteken van deze oppervlakken, bij voorkeur door rechtdoor te rijden en elke rem- of stuurinput te vermijden totdat je er voorbij bent.
Mist vermindert het zicht drastisch voor zowel jou als andere weggebruikers. Het is essentieel om je koplampen te gebruiken (zelfs overdag) om je zichtbaarheid te vergroten. Rem aanzienlijk af, vergroot je volgafstand en luister goed naar ander verkeer, omdat je voertuigen kunt horen voordat je ze ziet. Wees voorbereid om indien nodig te stoppen.
Op de snelweg bij slecht zicht, houd een zeer ruime volgafstand aan en verlaag je snelheid aanzienlijk onder de toegestane limiet. Gebruik je koplampen en, indien mogelijk, positioneer jezelf op de weg waar je het meest zichtbaar bent voor anderen, meestal niet in een dode hoek. Vermijd inhalen, tenzij absoluut noodzakelijk en alleen wanneer je een duidelijk overzicht hebt van de hele manoeuvre en het omringende verkeer.